Mijn kind durft niet te praten, wat nu?


Tranen van verdriet

Ik sta aan de kant van het hockeyveld en zie mijn zoontje met zijn hoofdje naar beneden als bevroren staan op het veld. De hockeytrainer praat ondertussen tegen hem, maar krijgt geen reactie, zowel verbaal als non-verbaal niet. Onder mijn zonnebril stromen de tranen over mijn wangen. Ik voel mij zo ontzettend machteloos en verdrietig! Op dit moment wil ik maar één ding en dat is naar mijn zoontje rennen, hem oppakken, knuffelen en meenemen. Maar ik doe het niet, omdat ik weet dat deze ervaring ervoor zorgt dat hij heel langzaamaan meer vertrouwen zal gaan krijgen in zichzelf. Maar het doet zoveel pijn om hem zo te zien struggelen.


Constant vooruit denken

Of die keer dat mensen vragen aan mijn zoontje hoe hij heet en er geen reactie komt. En dat ik dan uiteindelijk maar antwoord geef. Maar de afkeurende blikken in de ogen van de ander zie. De 1e keer dat hij een spreekbeurt op school moet houden en ik de nacht van tevoren wakker lig van de buikpijn. En ik hem het liefste thuis zou houden om hem hier niet mee te hoeven confronteren. Al die keren dat ik meega naar het huis van vriendjes en daar blijf omdat hij daar niet zonder mij durft te blijven. Iedere ochtend weer in gedachten de dag doorloop voor hem. “Heeft hij een broek aan die hij zelf los kan maken? Zit zijn dop niet te strak op zijn dopper gedraaid zodat hij deze zelf zonder hulp te hoeven vragen, los kan draaien?” Schoenen met klittenband aan in plaats van veters. Die keren dat hij op school in zijn broek plaste omdat hij niet durft te vragen of hij naar de wc mag. En het allerergste misschien wel dat hij op school “gestraft” werd omdat hij geen antwoord gaf op vragen van de juf.

“Hij heeft geen sticker verdiend vandaag.”

Gestraft worden voor iets waar hij helemaal niets aan kan doen. Als dit bij mij al voor zoveel verdriet zorgt, hoe moet dit dan voor hem zijn?


Ik wist, dit is geen onwil!

Want één ding wist ik zeker; het was geen onwil van hem, dat wist ik, dat voelde ik! Maar hoe kon ik hem nu helpen? Hoe kon ik dit de leerkrachten en alle anderen nu duidelijk maken? Er was vooral veel onbegrip van iedereen om hem heen en ik kon mijn vinger er ook niet op leggen. In groep 1 en 2 gooide ik het in eerste instantie nog op ‘extreme verlegenheid’. Maar op een gegeven moment wist ik dat er meer aan de hand was. Thuis praatte hij volop en goed. Met zijn taalontwikkeling was dus niets aan de hand. Enkel wanneer hij in contact kwam met andere volwassenen, blokkeerde hij volledig. En niet alleen bij onbekende volwassenen, maar ook bij opa, oma of de buren. Op alle andere gebieden ontwikkelde hij zich normaal. Maar ondertussen zag ik de angst bij hem wanneer er tegen hem gepraat werd of wanneer er van hem verwacht werd dat hij zou praten.


Dit kan zo niet langer

Toen ik voor de zoveelste keer een gesprek met één van zijn juffen had, die letterlijk zei: “hij verrekt het gewoon om te praten!”, brak ik. Ik heb mij nog nooit zó verdrietig, boos en machteloos gevoeld. Ik ben weggelopen en besloot, dit kan zo niet langer. Thuis eenmaal bijgekomen van alle emoties, heb ik alles op een rijtje gezet. Wat gaat er wel goed, wat niet, wat doen wij wel/niet? Ik kon het ook niet verkroppen dat ik het niet wist. Als Pedagoge kan ik andere ouders en hun kinderen zo goed helpen en mijn eigen kind niet!


En toen kwam daar de diagnose

Ik dook in mijn studieboeken en ineens wist ik het! Ik zocht op hetgeen waar ik aan moest denken en begon te lezen. En ineens viel het kwartje. Álle symptomen herkende ik. Op internet kwam ik erachter dat er een arts in het UMC gespecialiseerd was hierin. Ik maakte een afspraak met mijn huisarts en na een gesprek met hem, kreeg ik een verwijsbrief. En toen ging het snel. Na een aantal onderzoeken in het UMC kwam de uiteindelijke diagnose: Selectief Mutisme. Dit is een angststoornis. Kinderen en jongeren met selectief mutisme kunnen goed spreken maar durven dit niet in bepaalde (sociale) situaties, zoals school of buitenshuis. Ze verlammen letterlijk van angst waardoor ze blokkeren. (Niet te verwarren overigens met autisme, wat een hele andere aandoening is en dus een totaal andere behandelwijze/aanpak nodig heeft). En wat was ik blij dat ‘het beestje een naam had’. Sommigen vroegen: “vind je het niet erg dat hij deze diagnose heeft?” “Nee, want nu weten we tenminste wat er aan de hand is én kunnen we hem eindelijk gaan helpen.”


Spreekt voor zich